Vereeuwigd op een bordje

In Amsterdam is een flink aantal architecten vereeuwigd doordat ze een straatnaam hebben gekregen. Er zijn inmiddels vijf buurten waar architecten het thema vormden voor de straatnaamgeving. Eén grootheid uit 1850-1940 ontbreekt echter.

Jacob van Campen en Daniël Stalpert, de architecten van het stadhuis op de Dam, waren de eerste bouwmeesters die met een straatnaam vereerd werden, in 1872. De gemeente wilde de straatnamen in de nieuwe wijk in de Binnendijkse Buitenveldertse Polder wijden aan beroemde Nederlandse kunstenaars, om aan te sluiten bij de aan de Stadhouderskade geplande Rijksacademie van Beeldende Kunsten (1874). Inmiddels zijn er twee Van Campenstraten, nadat een stuk van de straat in 1931 werd opgeslokt door de Heineken-brouwerij.

Een derde zeventiende-eeuwse bouwmeester, Hendrick de Keyser, kreeg in 1903 verderop in de Pijp een straat, de Henrick de Keijserstraat. Dat was vanwege zijn prestaties als beeldhouwer, hoewel we hem tegenwoordig vooral kennen als de architect van de Westerkerk en de Munttoren. Een paar jaar later volgde het Henrick de Keijserplein, en later kreeg De Keijser ook nog een brug.

Na de Tweede Wereldoorlog volgden meer vernoemingen, in buurten in achtereenvolgens Geuzenveld, Oostelijk Havengebied, Slotermeer en Noord.

Geuzenveld

In de jaren 1950 werd voor het eerst een hele buurt gewijd aan architecten, in de uitbreidingswijk Geuzenveld. Willem Dudok ontwierp een buurt met ‘boerderijwoningen’ waar de straten vernoemd werden naar architecten die actief waren in Amsterdam tussen ruwweg 1850 en 1930: Jan Springer, Jan Leliman, Pierre Cuypers, H.P. Berlage, Karel de Bazel, Michel de Klerk, Willem Kromhout, en A.W. Weissman.

Noordelijker in Geuzenveld kwam nog een buurt waar de straatnamen aan architecten werden vergeven. We vinden er de zestiende- en zeventiende-eeuwers Lieven de Key (grootmeester van de Hollandse renaissance), Pieter Post (Huis ten Bosch [Den Haag]), Joost Jansz. Bilhamer (poortje Burgerweeshuis), Hans Vredeman de Vries, Steven Vennecool (Deutzenhofje, stadhuis Enkhuizen), Philips Vingboons (diverse Amsterdamse grachtenhuizen), Adriaan Dortsman (Ronde Lutherse kerk, Oosterkerk), en de nog oudere Antoon Keldermans en Cornelis de Vriendt, beide uit de Zuidelijke Nederlanden. Ook jongere architecten kwamen daar aan bod: Cornelis Outshoorn (Amstelhotel, Paleis voor Volksvlijt), Jacob Husley (Felix Merites), en de stadsarchitecten Abraham van der Hart (Maagdenhuis, Oranje-Nassaukazerne) en Jan de Greef (Paleis van Justitie). Verder is er een straat vernoemd naar Bart Drijfhout; ik heb geen idee wie dat was.*

Cruquius

Op het terrein waar eerder het abattoir was gevestigd verrees in de jaren 1980 een nieuwe woonbuurt. De straten werden vernoemd naar architecten die vooral actief waren tussen 1900 en 1940: Dick Greiner (o.a. woonhuizen in Betondorp), J.M. van der Mey (Scheepvaarthuis), Herman Walenkamp (Zaanhof), Jan Boterenbrood (Huize Lydia), Jop van Epen (Diamantbuurt), H.A.J. Baanders, en de beeldhouwer Hildo Krop. In de nabije omgeving kregen de vaders van het Algemeen Uitbreidingplan straten: C. van Eesteren en Th.K. van Lohuizen.

Er was ook een H.H. Baanders, de vader van de net genoemde Baanders. Senior heeft geen straat gekregen maar was wel zo slim om zelf zijn naam te vereeuwigen in de voorgevels van zeker dertien van zijn ontwerpen.

Noorderhof

Aan de noordoever van de Sloterplas werd in de jaren 1990 een woonbuurtje gebouwd rond de Lourdeskerk uit 1957 van architect M.J. Granpré Molière. De voorman van de Delftse School kreeg toen een eigen plein, voor de kerk. De overige straten in de buurt werden vernoemd naar andere architecten die mede in de Wederopbouw-periode actief waren: J.F. Berghoef (Sloterhof), J. Dunnebier (Hema Linnaeusstraat), Evers & Sarlemijn (Catharinakerk), H.M. Kraaijvanger (Claraklooster), A.J. Kropholler (Ritakerk), Dom van der Laan, Th.J. Lammers (kantoorpand Blauwburgwal), J.J.M. Vegter, en H.T. Zwiers.

Elzenhagen

De nieuwste architectenwijk ligt in Noord en kent drie deelgebieden. Bij de straatnaamgeving lijkt gekozen te zijn voor architecten die in Noord actief zijn geweest.

Eind jaren 1990 werden in het noordwesten straten vernoemd naar Berend Boeijinga (tuindorpen Nieuwendam en Oostzaan), Arnold Ingwersen (enkele blokken in de Vogelbuurt), Willem Noorlander (woningen en een bioscoop in de Buiksloterham), Johan Rijnja (enkele blokken in de Vogelbuurt), Daan Roodenburgh (rijtjes in Tuindorp Nieuwendam) en Gerrit Versteeg (werk in Noord is ons niet bekend).

Rond 2012 volgde een volgende reeks straten, oostelijk van de Scheurleerweg. Nu waren aan de beurt: J.P. Kloos (ontwierp het Eduard Douwes Dekkerhuis aan de Schoenerstraat), Cornelis Kruyswijk (Apostolische kerk aan de Clematisstraat), Nico Lansdorp (ontwierp bij Publieke Werken diverse scholen waaronder een aan de Wingerdweg), M.J.E. Lippits (werk in Noord ons niet bekend), P.L. Marnette (idem), Ben Merkelbach (idem), A. Moen (Bethlehemkerk), Bastiaan Plooij (Maranathakerk Mosplein, samen met Lansdorp), H. Stolle (werkte mee aan het Plan-Van Gool), en Alfred Tepe (Augustinuskerk Nieuwendammerdijk).

Tot slot is onlangs tussen Elzenhagensingel en Nieuwe Leeuwarderweg een nieuw buurtje opgeleverd. Daar kregen de volgende architecten een stukje openbare ruimte toebedeeld: Kees Abspoel (diverse gebouwen op het Shell-terrein), Gerrit Bronke (Hervormde kerk van Holysloot), Klaas Geerts (bureau Inbo, ontwierp de Molenwijk), Jan van Hardeveld (Heggerankweg), Leo Heijdenrijk (Weerenkapel en Salvatorkerk, beide samen met Joost van der Grinten), Ludovicus Immink (leefde 1822-1869, stadsarchitect van Zaandam, onbekend wat hij in Noord heeft ontworpen), Jan Poyt (kerktoren van Ransdorp, 1502-1542), Simon van Woerden (Bethelkerk Plejadenplein), Jouke Zietsma (zuidelijke deel van Tuindorp Nieuwendam).

En verder

Isaac Gosschalk: een straat op het terrein van de door hem ontworpen Westergasfabriek. Jan Ernst van der Pek: de hoofdstraat van zijn buurt in Noord. In Slotervaart kreeg Willem Froger een straat, een zijstraat van de naar zijn collega-waterbouwkundige Cornelis Lely genoemde laan. Froger kreeg in 1950 een heuse gedenknaald; die staat nu te verkommeren in het Flevopark.

Bruggen

In 2016 besloot de gemeente om tot dan toe naamloze bruggen beschikbaar te stellen voor vernoeming. Enkele architecten werden voorgedragen en kregen zo alsnog een naambordje: Jan Wils (een brug nabij zijn Olympisch Stadion), Anton Joling (de brug over de Herengracht bij de Leliegracht), Frans van Gool: een brug in de buurt van zijn Blue Banddorp. Bruggenkoning Piet Kramer had al langer een eigen brug, een zelf ontworpen exemplaar in de Amsteldijk.

Vier bruggen over de zeventiende-eeuwse grachten bij de Amstel zijn vernoemd naar de ontwerpers van de grachtengordel; stadstimmerman  Hendrick Jacobsz. Staets, stadslandmeter Lucas Jansz. Sinck, stadsfabriekmeester (‘hoofd gemeentewerken’) Frans Hendricksz. Oetgens en stadsbouwmeester Henrick de Keijser.

Onvernoemd

Snel geteld zijn zo’n 70 architecten geëerd met een straatnaam en 4 met een brug. Dat zijn er heel wat, maar wie ontbreken er?

J.F. Staal. Architect van de Wolkenkrabber en van diverse prachtige Amsterdamse School-blokken. Wellicht heeft hij zij naam tegen: er is immers al een Staalstraat, en in het algemeen wordt bij naamgeving geprobeerd om verwarring te voorkomen.

Een Staal-Krophollerstraat lijkt mij daarentegen goed kunnen: Margaret Staal-Kropholler was nota bene de eerste vrouwelijke architect van Nederland. Tot nu toe is geen enkele vrouwelijke architect geëerd met een straat of plein in Amsterdam – maar er zijn vooralsnog ook erg weinig overleden vrouwelijke bouwkundigen. Er is wel een Jakoba Mulderplein, vernoemd naar de stedenbouwkundige.

Publieke Werken. De dienst die ruim een eeuw lang ongeveer alle overheidsgebouwen in Amsterdam ontwierp: scholen, badhuizen, brandweerkazernes, politiebureaus, plus talloze bruggen, plus straatmeubilair. Veel ontwerpen van ‘PW’ uit de eerste helft van de twintigste eeuw zijn niet tot een individuele architect te herleiden; ze ontstonden als Gesamtkunstwerk. De dienst is hernoemd, opgesplitst in onderdelen, versnipperd over stadsdelen, kortom ze bestaat al lang niet meer, en voldoet daarmee aan het overleden-criterium.

A.L. van Gendt. De architect van het Concertgebouw, de Hollandse Manege, het Burgerziekenhuis, de winkelgalerij in de Raadhuisstraat, de tramremise op de Koninginneweg, Villa Heineken, de IJsbreker, de arbeiderswoningen in de Diamantbuurt, tientallen andere woonhuizen, de fabriekshallen op Oostenburg, etc. etc., heeft geen straat. Een absolute grootheid uit de tweede helft van de negentiende eeuw. Van Gendt was misschien geen vernieuwende architect, maar hij heeft wel veel keurig verzorgde gebouwen ontworpen in Amsterdam die nog altijd een positieve bijdrage leveren aan de algehele beeldkwaliteit van de negentiende-eeuwse gordel en de binnenstad. Helaas is er al een Van Gentstraat, in Bos en Lommer, een blunder van de naamgevers in 1922. Hij kreeg in 2017 wel een brug, over de Singelgracht, nabij de plek waar de door hem ontworpen galerij van het Paleis voor Volksvlijt heeft gestaan. Een goedmakertje.


*Update 6 juli: Bart Drijfhout blijkt Bartholomeus Drijfhout (1605-1649) te zijn, architect van het oude stadhuis van Vlaardingen en de Oostkerk in Middelburg, de laatste samen met Pieter Post. Dank @marzas!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *