1850-1940 | Wederopbouw | Na '65
  • architect
  • straat
  • stijl
  • functie
  • tools
  • Gereedschap

    Shellterrein

    Tussen 1866 en 1890 was aan de IJ-oever op het oude galgenveld al een petroleumopslag gevestigd, het Amsterdamsch Petroleum Entrepôt. Dat werd om capaciteits- en veiligheidsredenen verplaatst naar het Westelijk Havengebied.

    In 1905 werd het terrein in gebruik genomen door de Dordtsche Petroleum-Maatschappij. Die bouwde er onder meer een paraffine- en smeeroliefabriek. De Dordtsche werd in 1911 overgenomen door Shell. In 1914 volgde een laboratorium, met een tiental medewerkers. Vijfentwintig jaar later werkten er 1250 mensen.

    Door aankoop van grond werd het terrein tussen 1920 en 1945 aanzienlijk vergroot. Zo kwam onder meer een deel van de Tolhuistuin in handen van Shell (formeel de Bataafsche Petroleum Maatschappij, BPM). Na de oorlog stokte de groei, onder meer doordat door technische vernieuwingen minder ruimte nodig was voor labproeven. Ook konden computers delen van het werk overnemen. In 1955 nam het lab een van de eerste computers voor commercieel gebruik in Nederland in gebruik.

    In het eerste decennium van de 21e eeuw waren de meeste gebouwen op het terrein overbodig geworden. Shell trok zich terug in de noordwesthoek; veel gebouwen werden gesloopt. Op de vrijgekomen grond verrees een nieuwe woonwijk, een park en het filmmuseum Eye.

    Alle complexen

    Bronnen & links:
    Laatste wijziging:
    augustus 2017
    Link Twitter Facebook E-mail