Van begraafplaats tot vakantieschool

plattegrond 1896De Nieuwe Ooster is een begrip in Amsterdam, maar de Nieuwe Westerbegraafplaats zullen niet veel mensen kennen. Lang heeft ze dan ook niet bestaan. Hoe een ongeliefde begraafplaats een populaire zomerbestemming werd.

Pal ten zuiden van de Petroleumhaven werd in 1894 een nieuwe begraafplaats geopend, de Nieuwe Westerbegraafplaats. Rond de oude, volle Westerbegraafplaats was de Spaarndammerbuurt gebouwd, zodat daar geen uitbreiding meer mogelijk was.

De ‘Nieuwe Wester’ werd tegelijk met de Nieuwe Oosterbegraafplaats geopend, op 1 mei 1894. De locatie van de dodenakker leidde meteen tot klachten over slechte bereikbaarheid, want ook al liep de Hemweg destijds nog rechtstreeks naar de Petroleumhaven en de begraafplaats, het was een heel eind lopen. Vanaf 1917 werd er niemand meer begraven. In het Algemeen Handelsblad verscheen toen een mooie beschrijving, waaruit blijkt dat er vooral “gemeentelijken” kwamen te liggen: ongeïdentificeerde drenkelingen en zelfmoordenaars, en mensen die “van den arme” werden begraven omdat de nabestaanden er niet waren of geen begrafenis konden betalen.

Maar waarom toch die onmogelijke locatie? Bezoekers van de begraafplaats moesten eerst naar het begin van de Hemweg zien te komen, bij de Spaarndammerdijk, en dan nog een half uur lopen over de Hemweg. Uit de toelichting bij het plan van B&W blijkt het vooral een geldkwestie te zijn geweest. De gemeente had nog grond over op het terrein dat eerder verworven was voor de aanleg van de Petroleumhaven. En voor de benodigde ophoging van het weiland kon goedkope baggergrond uit diezelfde haven worden gebruikt. De gemeenteraad stemde in februari 1886 in met de voordracht.

Kaart uit 1896. Linksboven de begraafplaats en de haven.
Kaart uit 1896. Linksboven de begraafplaats en de haven.

Op de begraafplaats kwamen een ontvanggebouw en diverse bijgebouwen. Waarschijnlijk werden ze ontworpen door de toenmalige stadsarchitect A.W. Weissman, die ook de gelijktijdig verrezen gebouwen op de Nieuwe Oosterbegraafplaats heeft ontworpen. Ik heb geen duidelijk beeldmateriaal van de gebouwen kunnen vinden. De parkaanleg is vermoedelijk ontworpen door Publieke Werken.

Concurrentie

Er was één groep die bijzonder veel bezwaar had tegen de nieuwe begraafplaats: de aansprekers. Die uitvaartverzorgers moesten immers telkens het hele eind achter de begrafenisstoet aanlopen. Zij namen het heft in eigen hand en openden in 1897 een eigen begraafplaats: Vredenhof. De parkaanleg van de begraafplaats was ontworpen door Leonard Springer, die dat ook voor de Nieuwe Ooster had gedaan. Blijkbaar had hij er geen moeite mee om te werken voor een concurrent van zijn eerdere opdrachtgever.

Want een concurrent was het: dichter bij de stad gelegen, makkelijk bereikbaar per tram en door de aansprekers aanbevolen bij nabestaanden. Vredenhof werd de doodsteek voor de Nieuwe Westerbegraafplaats, hoewel het toch nog twintig jaar duurde voor de gemeente de handdoek in de ring gooide.

Na de sluiting

lentefeest Ons Huis 1926
lentefeest Ons Huis 1926

De grotendeels lege begraafplaats kreeg een nieuwe naam: Westeroord. Het terrein werd nu gebruikt voor grootschalige buitenbijeenkomsten. Buurtwerkvereniging “Ons Huis” (Rozenstraat) organiseerde er vanaf de jaren ’20 lentefeesten en vakantiescholen, en de Arbeiders Jeugd Centrale hield er oefeningen vlagzwaaien. Op de vakantiescholen werden honderden kinderen uit arbeidersgezinnen in de zomermaanden gedurende drie weken overdag zoetgehouden, tot opluchting van de ouders.

Tekening van W.J. Heskes over het werk van de Vereeniging ter behartiging van de belangen van zenuw- en zielszieken
Tekening van W.J. Heskes over het werk van de Vereeniging

Het ontvanggebouw werd in 1928 verbouwd tot “arbeidsinrichting voor geestelijk onvolwaardigen” van de ‘Centrale vereeniging ter behartiging van de belangen van zenuw- en zielszieken’. Ongeveer honderd mensen kregen er een dagbesteding: matten en borstels maken of werken op de schoenmakerij, de groente- en bloemenkwekerij of de kippenfokkerij.

De vakantiescholen werden tot 1951 op de voormalige dodenakker gehouden. Toen werd het terrein opgeslokt door de uitbreidende haven. Vermoedelijk zijn toen ook de gebouwen afgebroken. Tegenwoordig staat op de plek van de ingang van de begraafplaats een buurtje met bedrijfswoningen, aan de Propaanweg. Eigenlijk is dat net zo opmerkelijk als een begraafplaats, zo midden in een industriegebied. Lang zal die situatie niet meer bestaan, want in het bestemmingsplan uit 2013 zijn de woningen ‘wegbestemd’: ze zullen gesloopt worden.

4 reacties op “Van begraafplaats tot vakantieschool

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *