1850-1940 | Wederopbouw | Na '65
  • architect
  • straat
  • stijl
  • functie
  • tools
  • Gereedschap

    J.C. van Epen

    1880 - 1960

    De Amsterdammer Johannes Christiaan (Jop) van Epen ging na de MULO bij zijn vader werken, een houthandelaar. In 1897 ging hij in de leer bij de architect A.C. Boerma, om vervolgens in 1898 in dienst te treden bij de Hilversumse architect Hanrath, als opzichter en tekenaar. In 1901 vertrok hij naar Parijs, waar hij voor diverse architecten werkte. Hij vond in het werk van contemporaine Franse architecten niet de stilistische rust en eenvoud waar hij zelf naar streefde en die zijn handelsmerk zou worden.

    In 1905 vestigde Van Epen zich als zelfstandig architect in Baarn. Hij kreeg er al snel opdrachten voor villa's en landhuizen; ook tekende hij er villa's voor zichzelf en zijn gezin.

    Vanuit Baarn wijdde Van Epen zich ook aan de volkswoningbouw in Amsterdam. In 1910 tekende hij woningen voor de ACOB, de woningbouwvereniging van onderwijzers (Brederodestraat, Eerste Helmersstraat, Tweede Boerhaavestraat).

    Van ongeveer 1912 tot 1918 werkte Van Epen samen met Berlage. Ze ontwierpen onder meer woningen in de Vogelbuurt in Noord.

    Na de Eerste Wereldoorlog verrezen enkele grotere projecten naar ontwerp van Van Epen: in 1921 in het Plan Zuid tussen Krusemanstraat, Lastmankade en Amstelveenseweg, voor drie woningbouwverenigingen; min of meer tegelijk het project rond de Harmoniehof, voor De Samenwerking; en voor de Algemeene de woningen in de Diamantbuurt (1920-1924).

    Zijn laatste project in Amsterdam bestond uit een aantal nogal monotone rijen woningen langs de Kamperfoelieweg in Noord (gereed 1949).

    Van Epen bedacht in 1929 'wegneembare wanden', waarmee plattegronden flexibeler konden worden. Hij was verder een verdienstelijk kunstschilder.

    Alle personen en organisaties

    Laatste wijziging:
    augustus 2018
    Link Twitter Facebook E-mail