1850-1940 | Wederopbouw | Na '65
>>>
  • architect
  • straat
  • stijl
  • functie
  • tools
  • Gereedschap

    Verbeterde kennis over hygiëne en ziektekiemen leidde in de 19de eeuw in heel Nederland tot het instellen van aparte terreinen en gebouwen voor de handel in en slacht van dieren.

    Amsterdam kende sinds 1865 een veemarktterrein aan de Roetersstraat, op het Weesperveld tussen Nieuwe Prinsengracht en Nieuwe Achtergracht. Dat terrein werd al na enkele jaren te klein voor de handel door de snelle groei van de Amsterdamse bevolking.

    De gemeente besloot daarop in 1877 tot de aanleg van een nieuwe veemarkt annex abattoir, handig naast elkaar gelegen. Daartoe werd in 1883-1887 een terrein aan de Cruquiusweg ingericht, goed bereikbaar per spoor en over water. De veemarkt kwam ten westen van de Veelaan, het abattoir in 1892 ten oosten ervan.

    Naast hallen, stallen en slachthuizen waren er diverse dienstwoningen, een brandweerpost, politiepost, kantoren voor markt- en keurmeesters, en een telefoon- en telegraafkantoor. Er waren afzonderlijke markten voor grootvee, voor varkens en voor kalveren. Centraal op het terrein kwam een koffiehuis waar transacties werden afgerond.

    Hoofdopzichter van de bouw was E. Damen; waarschijnlijk kan A.C. Boerma als belangrijkste ontwerper van de meeste gebouwen worden beschouwd.

    Veemarkt en abattoir sloten in 1974. Het abattoir verhuisde naar het terrein van de markthallen in West. Het oude veemarktterrein werd een bedrijventerrein. Op de plek van het abattoir verrees een nieuwe woonwijk, de architectenbuurt. Van de oorspronkelijke markt- en slachthuisgebouwen resteert nog een tiental. Die zijn sinds 2012-14 gemeentelijk monument.

    Damen maakte in een artikel over het complex in het tijdschrift De Opmerker de volgende lijst van ontworpen bouwwerken voor de slachtplaats:
    4 slachthuizen voor rundvee (groot en klein) met 4 daarbijbehoorende stallen, waarvan voorloopig slechts 2 ½ slachthuis en 3 stallen gebouwd zijn;
    2 slachthuizen voor varkens met 2 daarbijbehoorende stallen, waarvan voorloopig slechts 1 te maken;
    1 paardenslachthuis met stal;
    1 slachthuis voor verdacht vee;
    1 darmenwasscherij;
    1 vetsmelterij en albuminfabriek;
    1 huidenzouterij;
    1 ketelhuis met schoorsteen;
    2 administratiegebouwen met bovenwoning;
    1 woning voor den directeur;
    1 gebouw tot verblijf van ondergeschikte personen.

    Veemarkt en abattoir

    Alle complexen

    Bronnen & links:
    • E. Damen: Openbare slachthuizen en veemarkten. In De Opmerker 18, jrg. 20, mei 1885.
    Laatste wijziging:
    februari 2019