1850-1940 | Wederopbouw | Na '65
>>>
  • architect
  • straat
  • stijl
  • functie
  • tools
  • Gereedschap

    Amsterdam telde rond 1850 ruim 25.000 Joden, die zo'n 10% van de totale bevolking vormden. Meer dan de helft daarvan leefde in armoede en was afhankelijk van de bedeling. Velen van hen profiteerden van het aantrekken van de economie vanaf 1860, en van de enorme groei vanaf 1870 van de diamantindustrie na de vondst van grote hoeveelheden diamant in Zuid-Afrika.

    Naast de diamantindustrie en -handel waren Joden sterk vertegenwoordigd in de textielindustrie en aanverwante winkels. De Bijenkorf en de Bonneterrie werden opgericht door Joodse ondernemers.

    Rond 1900 leefden er ongeveer 60.000 Joden in Amsterdam. De armsten van hen woonden in de oude jodenbuurt rond het Waterlooplein. Anderen verkozen de Nieuwe Herengracht, Nieuwe Keizersgracht en omgeving. Later zouden veel gezinnen met eigen inkomen hun intrek nemen in de Transvaalbuurt en Rivierenbuurt. In de jaren 1920 en 1930 werden al enkele krottenwijken op Uilenburg gesaneerd.

    In 1940 telde Amsterdam ongeveer 75.000 Joden. Slechts 6500 daarvan zouden de oorlog overleven.

    Na de oorlog werd de oude jodenbuurt verder aangetast door sanering en grootschalige verkeersdoorbraken voor het IJtunneltracé.

    Enkele belangrijke joodse architecten waren Isaac Gosschalk, Jac.S. Baars, Harry Elte en E.M. Rood. Zij pasten de heersende stijlen toe, van neorenaissance (Gosschalk) tot Amsterdamse School (Elte).

    Joods erfgoed

    Alle thema's

    Bronnen & links:
    • Bureau Monumenten en Archeologie: Inventarisatie Joods cultuurhistorisch erfgoed, stadsdeel Centrum. Amsterdam 2008.
    • J. Stoutenbeek & P. Vigeveno: Joods Amsterdam. KM Publishers, Zutphen 2008.
    Laatste wijziging:
    februari 2018