1850-1940 | Wederopbouw | Na '65
  • architect
  • straat
  • stijl
  • functie
  • tools
  • Gereedschap

    Stadsvernieuwing

    Proces van nieuwbouw en herstel in verkrottende buurten, uitgevoerd tussen ruwweg 1975 en 1995.

    Amsterdam kende al voor de oorlog sanering, maar dat ging vooral om het incidenteel slopen van krotten. Vanaf de jaren '60 werd de noodzaak van verbetering van de woningvoorraad in met name de negentiende-eeuwse gordel steeds groter: de woningen waren slecht (er waren bijvoorbeeld nauwelijks douches) en veel panden stonden op instorten.

    Na de nodige discussie kwam uiteindelijk een buurtgerichte aanpak op gang. Aanvankelijk domineerde sloop en reconstructie, later was er meer aandacht voor renovatie.

    Typerend voor de stadsvernieuwing, vergeleken met eerdere stadsontwikkeling-operaties, was de voorname rol van buurtbewoners en hun organisaties. Via acties en inspraak wisten ze de aanvankelijke gemeentelijke koers - cityvorming, reconstructie - om te buigen richting 'bouwen voor de buurt'.

    De operatie werd gecoördineerd door ambtelijke projectgroepen, die elk een gebied onder hun hoede hadden. Er waren uiteindelijk dertien stadsvernieuwingsgebieden. Vier in de binnenstad (Gouden Reaal, Jordaan, Nieuwmarkt, Oostelijke Eilanden), zeven in de negentiende-eeuwse gordel (Spaarndammer-/Zeeheldenbuurt, Staatslieden-/Frederik-Hendrikbuurt, Kinkerbuurt, Pijp, Oosterparkbuurt, Dapperbuurt, Indische Buurt), de Transvaalbuurt en Noord.

    Het overgrote deel van de nieuw gebouwde of opgeknapte woningen was sociale huur, in handen van woningbouwverenigingen.

    Alle thema's

    Bronnen & links:
    • H. de Liagre Böhl: Amsterdam op de helling. De strijd om de stadsvernieuwing. Boom, Amsterdam 2010.
    Laatste wijziging:
    april 2020
    Link Twitter Facebook E-mail

    Zoeken