1850-1940 | Wederopbouw | Na '65
  • architect
  • straat
  • stijl
  • functie
  • tools
  • Gereedschap

    Scholen - peuters en kleuters

    Rond 1860 kende Amsterdam al ongeveer 400 kinderbewaarplaatsen, plekken waar werkende ouders hun jonge kinderen overdag onder toezicht achter konden laten.

    Een van de eerste bewaarscholen kwam in 1828 in de Berenstraat. Het was een bewaarplaats waar de kinderen ook les kregen. Er volgden er al snel meer. De meeste waren gratis; ze werden betaald door liefdadigheid.

    Een krant vatte de taak van bewaarscholen in 1844 als volgt samen: "Op de Bewaarscholen worden kinderen van 3 tot 6 jaren aan gehoorzaamheid, orde, zindelykheid, toegevendheid, inschikkelykheid, deugd en godsvrucht gewend en tevens door spelen, op eene opene plaats of in eenen tuin en by guur weder in de school zelve lichamelyk ontwikkeld. Zoo de ouders hun eten medegeven of toezenden, kunnen zy er den ganschen dag onafgebroken verblyven."

    De omstandigheden in de scholen en in de bewaarplaatsen waren slecht. Vaak zaten meer dan 100 kinderen de hele dag in een slecht geventileerde zaal, zes dagen per week. De gemeente stelde toezicht in. Er waren ook initiatieven voor betere crèches, zoals de bewaarplaatsen van Femina Muller in de Vinkenstraat (1872) en elders.

    De grootste bewaarschool was waarschijnlijk de Louise-school aan de Prinsengracht, met zo'n 400 leerlingen.

    In 1906 kreeg Amsterdam echte kleuterscholen, die 'voorbereidende lagere scholen' werden genoemd.

    Alle thema's

    Laatste wijziging:
    mei 2013
    Link Twitter Facebook E-mail