1850-1940 | Wederopbouw | Na '65
>>>
  • architect
  • straat
  • stijl
  • functie
  • tools
  • Gereedschap

    Het oudste plein van de stad is een goed voorbeeld van vroeg-20e-eeuwse cityvorming.

    Vermoedelijk rond 1250 werd een dam in de Amstel aangelegd. De dam hielp bij de waterhuishouding en vormde een verbinding tussen de twee rijen lintbebouwing aan de Nieuwendijk en de Warmoesstraat. De plek werd meteen het centrum van het prille stadje, waar allerlei markten werden gehouden.

    Het eerste grootschalige project op de Dam was de bouw van het nieuwe stadhuis (1648-1655). De voorganger stond nog netjes in de rooilijn van de toenmalige bebouwing tussen Kalverstraat en Nieuwendijk. Het nieuwe gebouw van architect Jacob van Campen stond een stuk naar achteren, een tikje gedraaid en geheel vrij. Hierdoor werd het plein aan de voorkant een stuk groter.

    Voor de bouw van het stadhuis werden enkele blokken met woonhuizen gesloopt. Daardoor kwam ook de Nieuwe Kerk aan de Dam te staan.

    De oostzijde van de Dam bleef nog lang veel kleiner dan nu. Tussen de huidige oostwand en waar nu het monument staat, stond tot in de 20e eeuw allerlei bebouwing.

    Na 1900 kwam een proces van schaalvergroting op gang. Tegelijk wilden de winkeliersvereniging en later ook het gemeentebestuur iets doen aan de rommelige uitstraling van het Damplein, en werd een prijsvraag uitgeschreven voor architecten (1907). Door de sloop van de mislukte beurs van Zocher was er ruimte vrijgekomen. De toegangswegen tot het plein zouden verbreed worden om ruimte te bieden aan het toegenomen verkeer.

    Bekende namen als H.P. Berlage en Abraham Salm zaten in de jury, en tot de inzenders behoorden de gebroeders Van Gendt en Ed. Cuypers. De meeste plannen voorzagen in bebouwing van het oostelijke deel van het plein, waar een gesloten wand zou komen tegenover het oude stadhuis. Dat gold ook voor het winnende ontwerp, "Forum Amstelodamum" van J.M. van der Mey.

    De gemeente vond echter geen van de ingediende plannen geschikt, en maakte een eigen ontwerp, dat ook voorzag in bebouwing van het oostelijke deel.

    Inmiddels was in 1910 begonnen met de bouw van de Bijenkorf (gereed 1914). In 1913 stelde de gemeenteraad de nieuwe rooilijnen van de Dam vast, inclusief bebouwing van het oostelijk deel. Daar zou een hotel moeten komen, waartoe men in gesprek was met een Engelse onderneming. Tot uitvoering is het nooit gekomen; wel werd de bestaande bebouwing gesloopt. Er kwam een "voorlopig" plantsoen, tot een definitieve bestemming gevonden zou zijn.

    Toen de rooilijnen waren vastgesteld, werden in rap tempo diverse beeldbepalende gebouwen neergezet: Polmanshuis (nu Krasnapolsky, 1915), Industria (1916), en Peek en Cloppenburg (1917). Een commissie met daarin onder meer de architecten Berlage en Pierre Cuypers zag streng toe op de ontwerpen en liet die herhaaldelijk aanpassen.

    Het duurde tot na de Tweede Wereldoorlog eer zich een goede bestemming aanbood voor het oostelijk deel van het plein: het Nationaal Monument, gereed in 1956.

    Dam

    Alle complexen

    Laatste wijziging:
    april 2017