1850-1940 | Wederopbouw | Na '65
  • architect
  • straat
  • stijl
  • functie
  • tools
  • Gereedschap

    Rembrandttheater. Rembrandtplein 19-21

    Datering:
    1902
    Architect:
    Breman, E. & W. Molenbroek
    Bouwstijl:
    Art nouveau
    Oorsponkelijke functie:
    Theater
    Status:
    Gesloopt, 1943

    Prominent gebouw aan het plein, met aan weerszijden twee torens en in het midden een over twee etages geplaatst venster met glas-in-lood. Er was plek voor 1600 bezoekers. Eerste directeur van het variété-theater was L.L. Levin.

    Architect Breman is in Amsterdam geen onbekende. Hij werkte hier samen met Willem Molenbroek (1863-1922), die vooral bekend is als architect van het Witte Huis in Rotterdam, Nederlands eerste wolkenkrabber.

    Sommigen noemen de bouwstijl Jugendstil, anderen spreken van "uitbundige renaissancevormen".

    In 1919 kwam er een bioscoop, nadat er al jaren filmvoorstellingen plaats hadden gevonden. De Duitse eigenaar, filmconcern UFA, toonde er vooral Duitse films. Vanaf 1933 zat daar veel nazi-propaganda tussen.

    Beelden uit 1920, toen de speelfilm De koningin der aarde in de bioscoop draaide.

    Het theater brandde in januari 1943 af. Er zijn aanwijzingen dat de brand een verzetsdaad was, maar dat staat niet onomstotelijk vast.

    Pas in de jaren '70 werd het terrein weer bebouwd, met het Caransa Hotel.

    In 1902 was niet iedereen enthousiast over het nieuwe theater, zo blijkt uit dit bericht in dagblad De Tijd:

    Aan het Rembrandtsplein verrijst een gebouw, dat reeds uitwendig verraadt, dat het een nieuwe, blijvende kerkmistent wordt, zooals we er hier in Amsterdam al zoo veel hebben.

    De bekende, amsterdamsche correspondent van de N.R.Ct., klaagt naar aanleiding van dit feit, dat ook het nette, beschaafde „uitgaande publiek”, almeer het café-chantantachtige gaat verkiezen boven wat dan nog „ernstige kunst” heet.

    Voorts voegt hij aan zijn klacht deze zeer juiste woorden toe:

    „Teekent het niet een bedenkelijke ... vrijmoedigheid — om van erger niet te spreken — aan dit nieuwe theater den naam te verbinden van den grooten, den machtigen, den voornamen kunstenaar, in wien de nederlandsche stam, het beste dat hij in zich heeft, op de schoonste wijze tot openbaring bracht? Alles was klein, futiel, halfslachtig was, bleef zooveel mogelijk verwijderd van de gedachtenwereld, waarin Rembrandt geleefd heeft... en men durft hem als hoeder stellen van de wufte en toch altoos banale genoegens, waarmede een variëteiten-theater er op_ uit is, zijn Pappenheimers aan zich te boeien !!”

    Er zou meer van te zeggen zijn. Gelukkig, of ongelukkig, net zooals men wil, is voor deze „Pappenheimers” het woord Rembrandt maar een klank —meer niet.

    Bronnen & links:
    Laatste wijziging:
    maart 2019
    Link Twitter Facebook E-mail

    Er zijn 165 afbeeldingen in de beeldbank van het Stadsarchief die gerelateerd zijn aan dit adres.

    Zoeken