1850-1940 | Wederopbouw | Na '65
  • architect
  • straat
  • stijl
  • functie
  • tools
  • Gereedschap

    Toneel, theater en concert

    Amsterdam kende rond 1850 een levendig toneel- en concertleven. Erg populair waren vaudeville-voorstellingen en komedies. Er waren ook veel voorstellingen in het Frans of het Duits, en soirées musicales. Een bijzonder verschijnsel waren de cyclorama's: meterslange schilderijen met stadsgezichten en landschappen die onder begeleiding van muziek voor het publiek langstrokken - een soort speelfilm voordat die was uitgevonden.

    Het theaterleven speelde zich vooral af in theaters en salons in de Nes (bijvoorbeeld Frascati) en rond het Rembrandtplein (Amstelstraat, Amstel). De Stadsschouwburg op het Leidseplein was ook veelbezocht en trok publiek uit alle standen van de maatschappij.

    Die plekken bleven ook later uitgaanscentra, zij het veelal met andere gebouwen. De Nes is tussendoor centrum geweest van de tabakshandel. Diverse theaters werden vernietigd door brand, zoals de Stadsschouwburg in 1890 en het Flora-theater in de Amstelstraat in 1902 en 1929.

    De Plantage was lange tijd ook een uitgaansgebied; in het Wertheimpark stond bijvoorbeeld de Parkschouwburg, die in 1911 werd afgebroken. Vlakbij stonden zomertheater Frascati (1879) en de later Hollandsche Schouwburg (1893).

    Goed bezocht waren ook de jaarlijkse kermissen en circussen. Eén circusdirecteur liet daarom in 1887 een permanent circustheater bouwen, aan de Amstel.

    Voor muziekvoorstellingen was men lange tijd vooral aangewezen op Felix Meritis aan de Keizersgracht en Odeon aan het Singel, zalen met een beperkte ruimte. In 1888 was het Concertgebouw gereed, met een aanzienlijke grotere zaal, waarmee Amsterdam zich met wereldsteden kon meten.

    Alle thema's

    Laatste wijziging:
    september 2013
    Link Twitter Facebook E-mail