1850-1940 | Wederopbouw | Na '65
>>>
  • architect
  • straat
  • stijl
  • functie
  • tools
  • Gereedschap

    Sinds de Franse tijd kende de Nederlandse rechtspraak een viertrapsindeling: kantongerechten, arrondissementsrechtbanken, gerechtshoven en Hoge Raad. De Hoge Raad zetelt vanouds in Den Haag. In 1826 kreeg Amsterdam een gerechtshof, waarvoor stadsarchitect De Greef een leegstaand weeshuis aan de Prinsengracht verbouwde tot Paleis van Justitie. Daar kwam ook de arrondissementsrechtsbank.

    Rond 1865 werden ook de vier kantongerechten die Amsterdam toen telde in het Paleis van Justitie ondergebracht. Wegens ruimtegebrek kregen die in 1892 een eigen gebouw, aan het Kleine-Gartmanplantsoen.

    De kantongerechten verhuisden in de jaren 1970 naar de Parnassusweg. In 1990 kwam daar ook de arrondissementsrechtbank. Het gerechtshof verruilde in 2013 de Prinsengracht voor nieuwbouw in het IJ.

    Al voordat de kantongerechten er kwamen stond aan het Kleine-Gartmanplantsoen (eigenlijk Weteringschans) een strafgevangenis. De cellulaire gevangenis was bij de opening in 1850 een noviteit in Nederland: in plaats van in tuchthuizen werden misdadigers hier eenzaam opgesloten.

    In 1890 kwam er een nieuwe gevangenis, in de Havenstraat, toen nog Nieuwer-Amstel. De stokoude gevangenis aan de Heiligeweg, het oude Rasphuis, kon nu gesloten worden. Naast de gevangenis aan de Weteringschans verrees een gebouw voor de kantongerechten.

    Het oude landverhuizershotel aan de Oostelijke Handelskade werd in de Tweede Wereldoorlog gebruikt als huis van bewaring, en bleef daarna enkele decennia gevangenis.

    De gevangenis aan de Weteringschans werd in 1978 gesloten; de gedetineerden verhuisden naar de gloednieuwe Bijlmerbajes.

    Justitie

    Alle thema's

    Laatste wijziging:
    mei 2013