1850-1940 | Wederopbouw | Na '65
>>>
  • architect
  • straat
  • stijl
  • functie
  • tools
  • Gereedschap

    Amsterdam was al enkele eeuwen een belangrijk centrum van tabakshandel. Binnen Nederland had ook Rotterdam een groot marktaandeel. Vanaf ongeveer 1600 tot ver in de negentiende eeuw kwam de meeste geïmporteerde tabak in Nederland uit de Spaanse en Portugese koloniën, en ook uit de Verenigde Staten. Een kleiner deel kwam van plantages in de Nederlandse koloniën Suriname en Nederlands-Indië (nu Indonesië).

    De afschaffing van het Cultuurstelsel in 1870 veranderde veel. Vanaf dat moment mochten particuliere bedrijven aan de slag in Nederlands-Indië. Vooral de teelt van tabak nam een hoge vlucht, vanwege de hoge kwaliteit van de tabaksbladeren op Sumatra, Java en Borneo. Veel van die bedrijven, 'cultuurmaatschappijen', werden vanuit Amsterdam gefinancierd en hadden hier hun kantoor. De meest succesvolle was waarschijnlijk de Deli-Maatschappij van Jacob Nienhuys en P.W. Janssen, opgericht in 1869 met geld van de Nederlandsche Handel-Maatschappij.

    De handel concentreerde zich rond de Nes. Daar hadden veel tabaksmakelaars hun kantoren met monsterzalen. Veilingen werden gehouden in verkooplokaal Frascati. De handel betekende ook inkomsten voor Amsterdamse reders die de koopwaar transporteerden en voor verzekeraars die het waardevolle product verzekerden.

    De meeste tabak verruilde in Amsterdam van eigenaar en werd vervolgens het land weer uit vervoerd. Slechts een klein deel werd in Nederland verwerkt. De handel droogde op door de Tweede Wereldoorlog en daarna door de onafhankelijkheid van Indonesië.

    Amsterdam kende ook een kleine tabaksindustrie, die sigaren en vanaf 1885 ook sigaretten vervaardigde. Door de relatief hoge lonen in de stad kozen de meeste fabrikanten ervoor de rookwaren in arme streken als de Veluwe en Brabant te laten maken.

    Tabakshandel en -industrie

    Alle thema's

    Laatste wijziging:
    juli 2017