1850-1940 | Wederopbouw | Na '65
  • architect
  • straat
  • stijl
  • functie
  • tools
  • Gereedschap

    Sociale woningbouw in de 20e eeuw

    Allerlei experimenten in de 19e eeuw hadden uitgewezen dat het niet mogelijk was om betaalbare woningen te bouwen voor het armste deel van de bevolking zonder er geld op toe te leggen. De overheid kwam geleidelijk tot het inzicht dat volkshuisvesting tot haar taken behoorde. In 1901 werd de Woningwet aangenomen, met als belangrijkste punten:

    - financiële steun voor woningbouw door non-profitorganisaties;
    - minimale eisen aan de kwaliteit van nieuwe woningen;
    - invoering bouwvergunning: zonder vergunning mocht niet meer gebouwd worden;
    - verplichting woningen te onderhouden.

    De financiële steun bestond uit leningen van de overheid tegen gunstige voorwaarden.

    Tot de technische eisen behoorde de scheiding van wonen, slapen en koken. Voortaan dus geen alkoven meer, of keukens in de woonkamer. De Amsterdamse bouwverordening eiste daarnaast dat trappenhuizen licht en lucht moesten krijgen; tot dan was dat zelden het geval. Woningen uit het woningwettijdperk zijn daardoor te herkennen aan trappenhuisramen in de voorgevel.

    Ook moesten gemeenten voortaan bestemmingsplannen opstellen waarin per gebouw de functie werd vastgelegd.

    De Woningwet was opgesteld door het liberale kabinet van de Amsterdamse bankier Nicolaas Pierson (premier) en Herman Goeman Borgesius (Binnenlandse Zaken). Pierson was als voormalig bestuurder van de AVA bekend met het woningvraagstuk. De wet werd in 1902 van kracht, maar het duurde nog enkele jaren voordat woningbouwverenigingen de eerste woningwetwoningen bouwden. In Amsterdam bouwde woningbouwvereniging Rochdale als eerste een blok, in de Van Beuningenstraat (1909).

    Tot 1914 werden er niet veel meer dan 2000 woningwetwoningen gebouwd.

    Om bouwprojecten zo goedkoop mogelijk te houden, probeerden woningbouwverenigingen zoveel mogelijk woningen tegelijk te bouwen in plaats van korte rijtjes. Dat werd vooral zichtbaar na de Eerste Wereldoorlog, in de Gordel '20-'40, waarvoor de stedenbouwkundige plannen door gemeentelijke diensten werden getoetst aan de Woningwet. In de Gordel '20-'40 werden ruim 90.000 woningen gebouwd, waarvan het leeuwendeel in de socialehuursector.

    Behalve corporaties liet de gemeente ook zelf sociale woningen bouwen, door de Gemeentelijke Woningdienst. Bij die dienst heerste het tuindorpideaal, hetgeen resulteerde in Betondorp en diverse tuindorpen in Noord.

    Enkele woningbouwverenigingen:
    Rochdale (1903, soc.)
    ACOB (1905)
    Dr. Schaepman (1907, r.-k.)
    Eigen Haard (1909, soc.)
    Algemeene Woningbouw-Vereeniging (1910, soc.)
    Het Westen (1911, soc.)
    Patrimonium (1911, prot.)
    Amsterdam-Zuid (1911, gasarbeiders)
    Het Oosten (1911, soc./r.-k.)
    Woningbouwvereniging Amsterdam-Zuid (1911)
    Handwerkers Vriendenkring (1912, isr.)
    Woningbouwvereniging H.IJ.S.M. (1912)
    Zomers Buiten (1914, soc.)
    De Dageraad (1917, soc.)
    Onze Woning (1919)

    Alle thema's

    Laatste wijziging:
    januari 2019
    Link Twitter Facebook E-mail