1850-1940 | Wederopbouw | Na '65
>>>
  • architect
  • straat
  • stijl
  • functie
  • tools
  • Gereedschap

    Tijdens de Republiek kende Nederland weliswaar vrijheid van godsdienst, maar dat betekende niet dat godsdiensten gelijkwaardig werden behandeld. Rooms-katholieken bijvoorbeeld mochten geen kerken bouwen, hun geloof niet openlijk belijden en geen lid worden van het stadsbestuur.

    De Franse tijd (1796-1813) en vooral de grondwet van 1848 maakten de weg vrij voor katholieke emancipatie. Er kwamen weer bisdommen en er werden nieuwe katholieke kerken gebouwd.

    De eerste nieuwe kerken waren De Zaaier aan de Keizersgracht (1837) en De papegaai in de Kalverstraat (1848).

    Vanaf ongeveer 1865 streefden de katholieken, die zo'n 20% van de bevolking vormden, ook naar meer katholieke scholen. Die mochten ze weliswaar al zelf bouwen, maar ze wilden net als het openbaar onderwijs volledige financiering krijgen van de overheid. Dat doel werd uiteindelijk in 1917 bereikt.

    Een opvallend katholiek trekje was de clustering van gebouwen: vaak verrezen kerk, school en klooster naast elkaar, liefst als één complex. Dat gebeurde bijvoorbeeld rond de Posthoornkerk in de Haarlemmerstraat, de Gerardus Majellakerk in de Indische Buurt en de Vredeskerk in de Pijp.

    In 1895 bouwde de katholieke zuil een eigen ziekenhuis, het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis, bij het Oosterpark. Alle oorspronkelijke gebouwen, ontworpen door A.C. Bleys, zijn inmiddels afgebroken.

    Belangrijke katholieke architecten waren onder meer Pierre Cuypers, A.C. Bleys, P.J. Bekkers en K.P. Tholens. In de bouwstijl werd vaak teruggegrepen op de gotiek, de stijl van de grote kathedralen uit de hoogtijdagen van het katholicisme.

    Katholiek erfgoed

    Alle thema's

    Laatste wijziging:
    augustus 2019