1850-1940 | Wederopbouw | Na '65
  • architect
  • straat
  • stijl
  • functie
  • tools
  • Gereedschap

    Apotheken

    In 1842 telde Amsterdam, met toen 200.000 inwoners, 162 apothekers. Anno 2020 zijn er ongeveer 100 apotheken voor ruim 870.000 inwoners. De apotheker van 1842 had door de vele op prijs concurrerende collega's moeite om het hoofd boven water te houden. Ook vanuit de drogisten was er concurrentie. Apothekers zochten financiële redding in de verkoop van allerlei andere 'chemische' producten, zoals verf, vuurwerk en parfum.

    Het beroep stond mede daardoor in laag aanzien. De arts en scheikundige Samuel Sarphati nam in 1842 het initiatief tot een vereniging die de kwaliteit van de producten én van de apotheker moest verbeteren. Dat werd de Nederlandsche Maatschappij ter bevordering der Pharmacie, die nu nog altijd bestaat als KNMP.

    In 1865 werd een wet van kracht, na lobby van de Maatschappij, die zorgde voor professionalisering van het apothekersberoep. Zo werd apotheker een apart beroep, niet meer iets wat een arts erbij mocht doen. (Ook werd vastgelegd dat de apotheker, of een hulpapotheker, boven of achter de apotheek moest wonen.) In 1878 werd de universitaire opleiding farmacie verplicht voor apothekers. De status van apothekers verbeterde daardoor aanzienlijk, wat de concurrentie met drogisten en kwakzalvers vergemakkelijkte.

    Net als bij drogisterijen werden de voorgevels van apotheken vaak opgesierd door een gaper.

    Alle thema's

    Laatste wijziging:
    mei 2020
    Link Twitter Facebook E-mail

    Zoeken