1850-1940 | Wederopbouw | Na '65
  • architect
  • straat
  • stijl
  • functie
  • tools
  • Gereedschap

    Luthers erfgoed

    De Lutherse gemeente van Amsterdam werd in 1588 gesticht door Lutheranen met verschillende achtergronden: vluchtelingen uit Antwerpen, Duitse koopmannen, en andere Amsterdammers. De gemeente groeide snel en nam een enigszins bevoorrechte positie in, vanwege de handelsbelangen van Amsterdam in het Oostzeegebied, waar de Lutherse kerk groot was. Zodoende hoefden Lutheranen hun kerkdiensten niet zoals de katholieken in schuilkerken te houden maar mochten ze echte kerken bouwen. Maar dan wel zonder toren.

    Zo kwam in 1632-1633 de 'oude' Lutherse kerk aan het Singel bij het Spui gereed. Toen die te klein werd volgde in 1668-1671 de 'nieuwe' Lutherse kerk, de Ronde, ook aan het Singel.

    In 1791 ontstond een afsplitsing: de Hersteld Evangelisch-Lutherse Gemeente. Die betrok in 1793 een eigen kerkgebouw aan de Kloveniersburgwal. In 1952 kwam het tot een hereniging.

    In 1850-1940 kregen diverse Lutherse instellingen nieuwe onderkomens: scholen, weeshuizen, kerken en ziekenhuizen. Een centrale rol daarin speelde de Lutherse diaconie. Die dreef vanaf 1772 een oude mannen- en vrouwenhuis aan de Nieuwe Keizersgracht. Een tijd lang woonden er ook wezen, tot die in 1884 naar de Weteringschans verhuisden.

    De 'herstelden' namen in 1930 de Lutherkapel in de Euterpestraat in gebruik (ontwerp G.J. Rutgers). Toen de Ronde Lutherse Kerk te groot was geworden, bouwde de oude gemeente in 1936-1938 een nieuwe kerk in de Dintelstraat, de Lutherkerk (ontwerp F.B. Jantzen). In 1957 volgde een kerk aan de Erasmusgracht, de Augustanakerk, wederom naar ontwerp van Jantzen.

    Sommige Lutherse gebouwen zijn te herkennen aan de zwaan, het symbool van Maarten Luther.

    Alle thema's

    Laatste wijziging:
    januari 2020
    Link Twitter Facebook E-mail

    Zoeken