1850-1940 | Wederopbouw | Na '65
>>>
  • architect
  • straat
  • stijl
  • functie
  • tools
  • Gereedschap

    Bouwstijlen die bewust teruggrijpen op oudere stijlen zijn niets nieuws. De neostijlen van de 19e eeuw deden het al. In de 20e eeuw ging men zoiets traditionalisme noemen, als tegenhanger van het modernisme van de Nieuwe zakelijkheid.

    Een van de eerste conservatieve stijlen van de 20e eeuw was de Um 1800-stijl, die vooral geliefd was bij warenhuizen (bijvoorbeeld het Hirsch-gebouw, 1913, en de Bijenkorf, 1914).

    In de jaren 1920 ontstond een reactie op het expressionisme van de Amsterdamse School. De Delftse hoogleraar M.J. Granpré Molière vond dat de vorm van een gebouw de functie niet moest verhullen. Dat kwam overeen met de ideeën van de modernisten, maar Granpré Molière vond traditionele plattelandsstijlen en de Romaanse stijl toepasselijker omdat ze universele normen en waarden uit zouden dragen. Eenvoud van vorm stond centraal, uitbundige decoratie was taboe. Dit werd de Delftse School genoemd.

    Een apart verschijnsel in Amsterdam zijn de Van Houtenpanden. Gemeente-ambtenaar Van Houten zorgde er in de jaren 1920 en 1930 voor dat enkele honderden opgeslagen oude geveltoppen herplaatst werden op nieuwe panden in de binnenstad. Die panden zien er zodoende op het eerste gezicht 17e- of 18e-eeuws uit. Ze zijn veelal te herkennen aan de grover ogende gevel, een gevolg van de dikke voegen. Enkele voorbeelden staan aan de Egelantiersgracht en aan de Lindengracht.

    Traditionalisme

    Alle bouwstijlen

    Laatste wijziging:
    mei 2017