1850-1940 | Wederopbouw | Na '65
  • architect
  • straat
  • stijl
  • functie
  • tools
  • Gereedschap

    Isaäc Warnsinck

    1811 - 1857

    De Amsterdammer Isaäc Warnsinck was een zoon van de dichter en schrijver W.H. Warnsinck, telg uit een voornaam geslacht. Isaäc toonde al vroeg belangstelling voor de bouwkunst, en maakte als jonge man enkele studiereizen door Europa.

    In 1838 vestigde hij zich als zelfstandig architect in Amsterdam. Hij kreeg aanvankelijk vooral opdrachten van particulieren. In 1845 werd hij ook architect-adviseur van het ministerie van Justitie. Voor het ministerie ontwierp hij de eerste cellulaire gevangenissen van Nederland: aan de Weteringschans (gereed 1850) en aan het Wolvenplein in Utrecht (gereed 1856).

    Warnsinck nam actief deel aan het debat over architectuur. Hij was bestuurslid van Arti et Amicitiae, betrokken bij de oprichting van de Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunst (1842) en publiceerde geregeld in de Bouwkundige Bijdragen, het tijdschrift van de Maatschappij. Hij schreef onder meer over de begrippen waarheid en karakter. Het eerste behelst dat vorm en constructie samen dienen te hangen (geen neppilaren); het tweede dat een gebouw moet uitstralen wat het is (een station is geen stadhuis).

    In 1851 werd hij lid van de gemeenteraad, en in 1855 wethouder van Publieke Werken. Warnsinck overleed in 1857 na een langdurig ziekbed. Hij liet een vrouw en twee kinderen na.

    Alle personen en organisaties

    Bronnen & links:
    Laatste wijziging:
    augustus 2018
    Link Twitter Facebook E-mail