1850-1940 | Wederopbouw | Na '65
  • architect
  • straat
  • stijl
  • functie
  • tools
  • Gereedschap

    Jan Leupen

    1901 - 1985

    Johannes Leupen werd geboren in Haarlem en studeerde bouwkunde aan de TH in Delft. Na zijn afstuderen ging hij in 1927 aan de slag bij de Dienst der Publieke Werken, waar hij de rest van zijn werkzame leven doorbracht.

    Het eerste gebouw dat hij zelfstandig ontwierp binnen PW was het GG&GD-gebouw in de Eerste Helmersstraat (1932). Er volgden enkele schoolgebouwen, en in 1939 de aula van De Nieuwe Oosterbegraafplaats. Al die gebouwen waren tamelijk traditioneel vormgegeven.

    Na de oorlog, in 1947, werd Leupen benoemd tot hoofd van de afdeling Gebouwen van Publieke Werken. Daardoor werd hij feitelijk stadsarchitect. Een van zijn belangrijkste werken werd de telefooncentrale in de Pieter de Hoochstraat (1955), inmiddels gesloopt.

    De bouw van scholen had zijn bijzondere aandacht. Voor de oorlog was er een sterke beweging voor de bouw van openluchtscholen. Leupen zag het nut in dat licht en lucht ook aan gezonde kinderen konden bieden, maar vond praktische bezwaren als verwarming in de winter te groot om het concept algemeen over te nemen.

    Zijn naoorlogse scholen kenmerken zich wel door de grote ramen, voor optimale lichtinval. De halfopen binnenplaatsen van de populaire H-scholen werden ingericht om buiten les te geven.

    Een terugkerend element in het werk van Leupen, ook al voor de oorlog, zijn de bijna platte zadeldaken.

    Leupen is vermoedelijk vooral bekend van het Spinozalyceum (1957) en door zijn laatste werk, de alom verguisde universiteitsbibliotheek aan het Singel (1966). Ook de alweer gesloopte nieuwe vleugel van het Stedelijk Museum (1954-2006) was van zijn hand, met medewerking van Van der Wilk en Sargentini.

    Alle personen en organisaties

    Laatste wijziging:
    september 2019
    Link Twitter Facebook E-mail