1850-1940 | Wederopbouw | Na '65
  • architect
  • straat
  • stijl
  • functie
  • tools
  • Gereedschap

    Bijlmermuseum

    Zes van de resterende flats van de 'oude Bijlmer' worden samen het Bijlmermuseum genoemd. Het zijn flats van 11 verdiepingen, opgezet in een honingraatstructuur, gelegen tussen de metrostations Ganzenhoef en Kraaiennest. De oorspronkelijke opzet van de wijk is hier nog goed herkenbaar.

    De wijk Bijlmermeer werd vanaf 1966 gebouwd om de Amsterdamse woningnood te bestrijden. Kenmerkend was de strikte functiescheiding; de straat werd feitelijk opgeheven. Het maaiveld was voor voetgangers en fietsers; auto's reden en parkeerden er enkele meters boven. Tussen de flats was veel ruimte voor groen. Er waren enkele winkelcentra. De woningen waren ruim opgezet. Twee metrolijnen verbonden vanaf 1977 de nieuwe wijk met de oude stad.

    Ruim 90% van de uiteindelijke 40.000 woningen in Zuidoost werd in hoogbouw gebouwd. In de Bijlmermeer (13.000 woningen) waren dat vooral de bekende honingraatflats van 11 lagen, en een viertal torens van 20 verdiepingen. De eerste galerijflat was echter nog een regulier, recht gebouw: Hoogoord, een ontwerp van Kees Rijnboutt van de dienst Volkshuisvesting. De latere flats werden ontworpen door medewerkers van bureau K. Geerts/bureau Inbo, J. Groet & A.C. Kromhout, en door Frans Ottenhof, in nauw overleg met Volkshuisvesting.

    Het stedenbouwkundig plan was opgesteld door een team onder leiding van Siegfried Nassuth van de afdeling Stadsontwikkeling van Publieke Werken.

    De woningen in de hoogbouw waren allemaal sociale woningbouw, ook de voor Nederlandse begrippen ongekend ruime 4- en 5-kamerwoningen, die tot 100 m² groot waren.

    Al in de jaren 1970 ontstonden er allerlei sociale problemen in de wijk, en raakten sommige flats in verval. In de jaren 1990 kwam een vernieuwingsproces op gang, waarbij een groot deel van de hoogbouw gesloopt werd. Op de vrijgekomen grond werden laagbouwwijken gebouwd.

    Aanvankelijk behoorden tot het Bijlmermuseum ook de flats Grunder en Koningshoef, oostelijk van Grubbehoeve en Kleiburg. Die zijn echter ook gesloopt. In 2002 is wel vastgelegd dat behalve het Bijlmermuseum ook het oorspronkelijke karakter van de H-buurt gehandhaafd zal worden.

    De enige volledige honingraat die nog bestaat, staat buiten het museum. Ze wordt gevormd door de flats Gravestein en Geldershoofd. Tot 1983 stonden die met elkaar in verbinding middels een droogloop, en hadden ze een gemeenschappelijke naam: Gliphoeve. Die flat kampte met criminaliteit, drugsoverlast en andere sociale problematiek, en werd daarom toen al gerenoveerd.

    De hoogbouw werd in een vijftal delen gebouwd:
    * deel A, de H-buurt in het zuidwesten. 1182 woningen; architect K. Rijnboutt; bouw 1966-1970.
    * deel B: D/F-buurt, 2454 woningen; architectenbureau Kromhout en Groet; bouw 1967-1971.
    * deel C: E/G-buurt, 2727 woningen; architectenbureau Kromhout en Groet; bouw 1967-1971.
    * deel D: G/K-buurt, 2602 woningen; architect K. Geerts/INBO; bouw 1967-1972.
    * deel E: G/K-buurt, 3195 woningen; architect F. Ottenhof; bouw 1967-1972.
    * later: H-buurt zuid (Hakfort en Huigenbos), 918 woningen; architect K.Geerts/INBO; bouw 1973-1975.

    Het Bijlmermuseum werd in 2019 aangewezen als gemeentelijk beschermd stadsgezicht. Het betreft de zes flats, de hoge metrobaan, de onderliggende groen- en waterstructuur en de oorspronkelijke fiets- en voetgangersbruggen.

    Alle complexen

    Bronnen & links:
    Laatste wijziging:
    augustus 2019
    Link Twitter Facebook E-mail