• 1850-1940
  • Wederopbouw
  • Na '65
  • Complexen
  • Personen & organisaties
  • Thema's
  • Bouwstijlen
  • - - - - - - -
  • Over, bronnen, copyright &etc.
  • Privacyverklaring
  • 020apps.nl
  • IJ-tunnel

  • architect
  • straat
  • stijl
  • functie
  • tools
  • Selecties van bouwwerken

    Gereedschap

    IJ-tunnel. IJ-tunnel, Piet Heinkade 2, Meeuwenlaan 9

    Datering:
    1968
    Architect:
    Publieke Werken
    Bouwstijl:
    Oorsponkelijke functie:
    Tunnel
    Status:
    -

    De IJtunnel, de belangrijkste verbinding voor gemotoriseerd verkeer tussen het centrum en Amsterdam Noord. De totale lengte bedraagt 1.682 meter, waarvan 1.039 meter gesloten.

    Over de bouw van de tunnel is lang gedacht en gediscussieerd. Al in 1850 maakte ir. W.C. Brade een ontwerp voor een gietijzeren tunnel tussen Nieuwebrugsteeg en Tolhuis. In de jaren 1920 pleitte het raadslid (en architect) Z. Gulden voor een tunnel, en Publieke Werken liet weten een verkeerstunnel onder het IJ technisch mogelijk te achten. Er kwam een ontwerp met spiraalvormige toegangswegen, ook geschikt voor trams. Tot een voordracht kwam het vooralsnog niet.

    PW werkte 1931 een aantal varianten uit en concludeerde dat een tunnel met mondingen bij het Van der Pekplein en in het Oosterdok het goedkoopst zou zijn.

    Bij het vaststellen van het Algemeen Uitbreidingsplan in 1935 besloot de gemeenteraad dat er een tunnel moest komen - hoewel de opstellers van het plan dat niet nodig achtten. Na de oorlog, in 1953, werd gekozen voor een ietwat oostelijke locatie, waarmee de tunnel onderdeel werd van het ook aan te leggen verkeerstracé door Weesperstraat en Valkenburgerstraat, dat in Noord aansluit op de Nieuwe Leeuwarderweg.

    Het Rijk ontkende de noodzaak van een centrale tunnel en weigerde de bouw te financieren. Het bouwde wel de oostelijk gelegen Schellingwouderbrug (1957) en begon aan de westkant van de stad met de Coentunnel (gereed 1966). Amsterdam besloot de tunnel zelf te betalen. De bouw begon in 1961 (al in 1955 was een begin gemaakt met de bouwput).

    Het gemeentebestuur had al in 1955 een afdeling Tunnelbouw ingesteld bij de dienst Publieke Werken. Die afdeling verzorgde het ontwerp en leidde de bouw. De karakteristieke ventilatietorens waren toebedeeld aan architect E. Hartsuyker van PW.

    De tunnel bestaat voor het grootste deel uit negen betonnen segmenten van circa 90 meter lang. De segmenten werden in de buurt van Tuindorp Oostzaan gebouwd in een dok, over water naar de juiste plek gesleept, en daar afgezonken. Ze rusten op een fundering van 220 geboorde palen die tot de derde zandlaag reiken, zo'n 80 meter diep.

    Onder de spoorbaan was die werkwijze niet mogelijk; daar kwamen vier caissons van in totaal 138 meter, rustend op de tweede zandlaag. Daarop werden ter plekke nog twee tunnelsegmenten gebouwd.

    De tunnelwanden werden aan de binnenzijde bekleed met geëmailleerd plaatstaal; die zijn in de 21ste eeuw verwijderd. De wanden hellen enigszins achterover, om het geluid naar het absorberende plafond te geleiden.

    De tunnel wordt van frisse lucht voorzien door de ventilatiegebouwen. Daarin kwamen acht (zuid) resp. vier (noord) schoepen met een doorsnede van ruim drie meter, die vuile lucht uit de tunnel zuigen en via de torens wegblazen.

    Voor de aanleg van de tunnel werden op beide oevers de nodige gebouwen afgebroken. Op de zuidelijke oever een deel van het marine-etablissement, en voor de aansluiting op het verkeerstracé enkele huizen aan Prins Hendrikkade en Foeliestraat. In Noord sneuvelden fabriekspanden bij de Adelaarsweg en Valkenweg.

    In 1997 was boven de zuidelijke toerit wetenschapsmuseum Nemo gereed, een ontwerp van architect Renzo Piano.

    De tunnel is diverse malen gerenoveerd, voor het laatst in 2016.

    Erfgoedclub Heemschut nam de ventilatiegebouwen in 2019 op in zijn lijst met belangrijke bouwwerken uit de periode 1966-1990.

    Bronnen & links:
    Laatste wijziging:
    november 2019
    Link Twitter Facebook E-mail

    Zoeken