1850-1940 | Wederopbouw | Na '65
  • architect
  • straat
  • stijl
  • functie
  • tools
  • Gereedschap

    Westeinde 2-24

    Datering:
    1867
    Architect:
    Outshoorn, C.
    Bouwstijl:
    Eclecticisme
    Oorsponkelijke functie:
    Woningen
    Status:
    Gemeentelijk monument

    Deze herenhuizen hadden uitzicht op het Paleis voor Volksvlijt, eveneens door Outshoorn ontworpen. Het Paleis was in 1864 gereed, en brandde in 1929 af. Het was het voornaamste gebouw in het plan van Samuel Sarphati om de stad te verfraaien en leefbaarder te maken, en om de Nederlandse economie een impuls te geven.

    Opdrachtgever voor de bouw van de huizen was de door Sarphati opgerichte Nederlandsche Bouw-Maatschappij, die een concessie had om het terrein rond het Paleis te bebouwen. Op nummer 10 na zijn de huizen allemaal gemeentelijke monument. Waarschijnlijk was de pui van 10 te zeer aangepast om die status te verkrijgen.

    Oorspronkelijk bestond het rijtje uit 14 huizen. Het had dezelfde paleisachtige, grotendeels symmetrische opzet als het beter behouden rijtje aan het Oosteinde: hogere delen op de hoeken en in het midden. Het is ook door dezelfde aannemer gebouwd: G.H. Kuiper. De nummers 26 en 28 zijn in 1975-76 gesloopt om plaats te maken voor een kantoor van een inmiddels ook alweer verdwenen bank. Het oorspronkelijke uiterlijk van het rijtje was al eerder vernietigd door de hoge verbouwing van nummer 22.

    De eerste bewoners van de herenhuizen waren welgestelde Amsterdammers.

    Nummer 2 werd in 1867 betrokken door Hugo Cornelis Cruijs (1819-1887), zijn vrouw en hun zoon. Ze woonden hier van 1867 tot 1877. Cruijs was mede-directeur van de Nederlandsche Suikerraffinaderij, en mede-eigenaar van enkele plantages in Suriname. Na hun vertrek namen de koopman Fédor Christiaan Bunge (1849-1919) en zijn gezin hier hun intrek.

    In 1929-1930 werd de begane grond inclusief onderpui van dit hoekhuis verbouwd door architect M.J.E. Lippits voor het zesde café-restaurant van de firma A.P. Scheltema. Het heeft het hier tot 1959 volgehouden. Er kwam toen een showroom van apparaten van AEG, Osram en Telefunken, die dat duidelijk lieten weten met grote lichtreclames op het dak. Vanaf 1969 werd het gebruikt door kantoorboekhandel Van Os, die overkwam van uit een reeks panden op Weteringschans 185-223.

    Op nummer 4 woonden vanaf 1867 Hartog Itsig Berlin (1791-1872), handelaar in manufacturen, en zijn echtgenote Francisca Wittering (1798-1884). Hun zoon Willem Berlin (1837-1902), hoogleraar anatomie, kwam hier in 1877 ook wonen.

    Eerste bewoners van nummer 10 waren Adriaan Holtzman (1829-1905) en zijn gezin. Holtzman was procuratiehouder bij de in 1804 door zijn (groot?)vader opgerichte Algemeene Brand Guarantie Maatschappij voor de Stad Amsterdam, een brandverzekeraar. Hij liet in 1872 een koetshuis bouwen in de Huidekoperstraat, achter het herenhuis.

    Nummer 14: de advocaat Willem van der Vliet (1820-1902), vanaf 1867 tot zijn dood, en zijn echtgenote L.C.E. van Hemert. Van vaderskant stamde Van der Vliet uit een geslacht van ijzerhandelaren (De IJzerstaven op het Bickerseiland); zijn moeder was een dochter van Johanna van de Velde, beter bekend als de schatrijke weduwe Borski. Hij was betrokken bij de Duinwatermaatschappij en eigenaar van het landgoed Casa Nuova in de Kennemerduinen.

    Op nummer 18 woonden vanaf 1868 tot 1888 de verzekeraar Petrus Johannes van der Aa (1832-1907) en zijn gezin.

    Nummer 22: eerste bewoners waren de effectenhandelaar Cornelis van Sante van Sprang (1802-1882), zijn vrouw en hun zoon. Ze woonden hier tot 1878.

    Nummer 24: van 1867 tot 1878 woonden hier Hendrik Enno van Gelder (1822-1875), zijn vrouw Johanna Catharina Boekenooijen (of Boekenoogen; 1825-1910) en hun zoon Arend. Van Gelder was houtkoper en eigenaar van de stoomzaagmolen De Groote Dommekracht, aan het Zaagpad aan de andere kant van de Singelgracht. Daar woonde het gezin ook voordat ze naar het Westeinde trokken. In 1878 verhuisden ze naar nummer 22.

    De eerste bewoners van het (gesloopte) hoekhuis op nummer 28 waren de koopman Jonas Jan Witsen (1819-1901) en zijn vijf kinderen. Witsen stamde uit een oud patriciërsgeslacht; zelf was hij handelaar in ijzerwaren. Zijn jongste zoon Willem werd later een bekende schilder, tekenaar en schrijver. Samen met dochters Cobi en Anna en zoon Willem verruilde Jonas Jan in 1882 de drukte van de stad voor de rust van het landgoed Ewijkshoeve bij Zeist.

    Bronnen & links:
    • Monumenten Inventarisatie Project
    • Bevolkingsregister, krantenarchief KB, bouwarchief stadsdeel Centrum.
    • B. van Vonderen: Defitg en ondernemend. Meulenhoff, Amsterdam 2013.
    Laatste wijziging:
    november 2018
    Link Twitter Facebook E-mail

    Er zijn 18 afbeeldingen in de beeldbank van het Stadsarchief die gerelateerd zijn aan dit adres.

    Zoeken